Hoedje op, hoedje af
Een flinke drol, een tooi van schapenwol en bliksemschichten en een camera: zomaar een greep uit de hoofddeksels die Geert-Jan Janssen en Hans Kerstens tijdens hun 39 deelnames aan de Kuukse elfkroegetocht droegen. Het zijn echte feestgangers, die tijdens de eerste editie in 1986 – toen nog verspreid over vier dagen – het evenement voornamelijk gebruikten als excuus om in ieder Cuijks café een biertje te drinken.
Als jonge broekies waren zij erbij toen de Kuukse elfkroegetocht het levenslicht zag, bevestigt Geert-Jan: “De wat oudere jongens zoals Erik (van de Ven, een van de grondleggers) hadden het bedacht. Het was mooi om te zien hoe die daar tekeergingen en feest vierden, en het was voor ons mooi om een beetje mee te mogen doen”. De allereerste editie verschilde enorm van het evenement dat veertig jaar later traditiegetrouw de afsluiting van het carnaval in Cuijk is. Vier dagen lang, geen afgezet parcours, een stempelkaart voor een muntje en geen grote carnavalsartiesten. “Ja, een dweilorkest dat meeliep” vertelt Hans, “Dan stond je in een kroeg en kwam er een dweilorkest binnen. Die liepen dan naar het midden van de ruimte en maakten een bak geluid met toeters en trommels”.
Wedstrijdjury
De vrienden zijn in hun veertigjarige kroegentochtloopbaan niet enkel recreatief deelnemer geweest: hoewel ze nooit aan de wedstrijd hebben meegedaan, zijn ze er wel jarenlang aan verbonden geweest. “Aan het begin waren de spellen nog in de kroegen en moesten de wedstrijdrijders door de kroeg heen. Iedere kroeg organiseerde toen zijn eigen spel” herinnert Hans zich. “We hebben in de jaren ’90 voor onze stamkroeg de Kakkeloet ook nog een keer een spel gemaakt. Het thema was destijds iets met televisie. Wij hadden een televisie gemaakt waar je van bovenaf via een spiegel in moest kijken en daaronder – in spiegelbeeld dus – een parcours moest natekenen. Dat was best grappig, maar niet als je met een wedstrijd bezig bent of gedronken hebt”, grijnst Geert-Jan. Ook zijn de mannen van 2014 tot en met 2025 jury geweest tijdens de wedstrijd namens café de Bond. Dat levert, naast 11 munten, ook verhalen op van wedstrijdrijders die zo gefixeerd waren op de eerste plaats dat ze vol overtuiging een schuimloze schuimbak en een nauwe slurf indoken. “Ik heb zelf een keer meegemaakt dat een wedstrijdteam niet goed communiceerde en allebei langs een andere kant een lantaarnpaal passeerde”, vertelt Hans, “Dat is op zich geen probleem, maar wel als je met een touw aan elkaar vastzit!” Dit jaar zijn ze geen jurylid meer, mede om belangenverstrengeling te voorkomen: hun zoons vormen tijdens de 40ste Kuukse elfkroegetocht samen een wedstrijdteam. Of de veteranen hun zoons nog wat tips hebben meegegeven? “Let op lataarnpalen!”
Creatief met kurk (en pur, ballonnen en wol)
Maar goed, terug naar de drol, schapenwol en camera. Wie op de carnavalsdinsdag een beetje heeft opgelet de afgelopen jaren, heeft ze ongetwijfeld voorbij zien komen: hoofddeksels met een mooie knipoog naar het thema van dat jaar. “Dat is een traditie waar we in 1997 mee zijn begonnen. Het thema was toen “Niet Te Filmen”, en we besloten op maandagmiddag dat het wel leuk was om daar iets mee te doen. We hebben uiteindelijk camera’s gemaakt die we de volgende dag droegen”, aldus Geert-Jan. Hans vertelt over de grootste mislukking: “Voor het thema Holie hadden we een flinke drol als hoed gemaakt – holy shit, zeg maar. Om de hoed te maken hadden we het idee om een ballon te pakken, daar pur op te spuiten en na het uitharden de ballon weg te halen. Maar ja, we waren even vergeten dat niemands hoofd de vorm van een ballon heeft. Dat deed zo’n pijn dat er een hele rand in ons voorhoofd stond. Op een gegeven moment waren we daar zo klaar mee dat we de hoed wel drie of vier keer weggegooid hebben. Helaas is men in Cuijk zo goed opgevoed dat er elke keer wel iemand terugkwam om te vertellen dat we onze hoed verloren waren en hem terugbracht”. Ook dit jaar staat er weer een prachtig hoofddeksel op de planning met een mooie verwijzing naar het thema: een groen/oranje prinsensteek met een gladiool als veer.
Anekdotes te over
Met hun ruim veertig jaar aan kroegentochtervaring hebben de mannen ook tal van anekdotes. Een kleine greep uit de verhalen die op een besneeuwde woensdagavond de revue passeerden: de vriendengroep van een man of tien zat bij café de Kakkeloet en vond het tijd om naar het volgende café te gaan. Gezien de gezelligheid op de eerste locatie, zag geen van de heren zich meer in staat achter het stuur te kruipen. De meest logische keuze? Een taxi bestellen. Toen het busje eenmaal voor kwam rijden stapten de heren aan de rechterzijde in, om vervolgens het linkerportier open te zwaaien, direct uit te stappen en bij de Korenbeurs naar binnen te lopen. Effectieve reisafstand van deur tot deur? Zo’n 15 meter. De chauffeur van dienst kon er – mede dankzij een makkelijk verdiende tien gulden – gelukkig smakelijk om lachen. Of die keer dat het zo enorm koud was tijdens de Kuukse elfkroegetocht dat de heren bij binnenkomst in café de Toerist (huidige restaurant Smaak) aan de kastelein vroegen niet de tap aan te slingeren, maar het koffiezetapparaat. Eerlijk is eerlijk: elke consumptie verdient een stempel, al zullen dat waarschijnlijk de enige stempels in de historie van de Kuukse elfkroegetocht zijn die verdiend werden met een bakje zwart goud!








